‘Tuinhuis’ in tolhuistuin
Op een warme zomeravond in juli 2025 kwamen zo’n vijfentwintig jongeren samen in de tuin van Tolhuistuin. Niet om iets te bereiken of te presteren, maar juist om collectief niets te doen. Tussen de bomen lagen kleedjes verspreid en er stond een pan soep te pruttelen. Op elk kleedje lagen kaartjes met vragen als: “Hoe kom jij echt tot rust?”, “Wat is jouw passie?”, en “Waar word je gelukkig van?” De antwoorden werden verzameld op een groot vel papier met de titel ‘Hoe kom jij tot rust?’ Dit was het startpunt van de avond.
Toen iedereen zijn plek had gevonden, openden Finn van den IJssel (schrijver en regisseur) en Elze van Houtum (schrijver en regie-assistent) het programma:
“Samen eten en chillen is belangrijker dan ooit, zeker in tijden van toenemende sociaal-ecologische crises en opkomend fascisme.”
De avond was een uitnodiging om te luisteren, te verbinden en stil te staan, bij elkaar én bij jezelf. Een akoestisch gitaarduo vulde de tuin met zachte klanken. De muzikanten vroegen het publiek om met volle aandacht te luisteren, om gewoon even te zijn. Twintig minuten lang hing er een serene rust over de groep.
Over de film
Daarna verplaatsen we ons naar het tuinhuis, voor een voorvertoning van de korte film Tuinhuis. De film gaat over Imme, een jonge, overwerkte modeontwerper en Maud, een lost-in-life student, die elkaar onverwacht tegenkomen in een tuinhuisje. Het roept de vraag op: wat gebeurt er als je kapitalistische waarden als prestatiedruk en individualisme internaliseert en hoe beïnvloedt dat de relatie met anderen en je (mentale) gezondheid?
De eerste voorvertoning was extra bijzonder, want veel aanwezigen hadden zelf aan de film meegewerkt. Na afloop volgde een luid applaus en een voelbare mix van trots, emotie en verbondenheid.
In gesprek
In kringvorm opende Finn het gesprek: “Wie herkent zich in Imme, en wie juist in Maud?” Een van de aanwezigen antwoordde lachend:
“Ik ben echt een Maud. Ik hou ervan om voor mezelf te koken en uren te lezen. Deadlines raken me niet zo, al maak ik me wel zorgen over de wereld.”
Een ander herkende zich meer in Imme:
“De ondergang van de wereld voelt soms als mijn persoonlijke verantwoordelijkheid. Ik blijf rennen om iets bij te dragen, maar de dagen zijn te kort.”
Het gesprek ging verder over waar die innerlijke prestatiedruk vandaan komt en hoe we ermee omgaan. Zoals een deelnemer scherp verwoordde:
“Vroeger werkte je voor het weekend. Nu hebben we weekend om op te laden zodat we weer kunnen werken.”
Daarna werd het grote vel papier er bij gepakt en de eerder verzamelde antwoorden voorgelezen. Rust vinden bleek vaak te liggen in eenvoudige dingen: wandelen in de natuur, slapen, dansen, koken. Basisbehoeften, maar in het dagelijks leven vaak onder druk gezet.
Collectieve zorgzaamheid
Vanuit de drang naar systemische verandering, spraken we ook over wat er nodig is om de wortels van het probleem aan te pakken. De conclusie: van individuele self-care naar collectieve zorgzaamheid. Soep brengen naar je buren, sociale connectie als vorm van zorgen, ruimte geven aan rust, en het niet langer normaal vinden dat iedereen altijd druk is.
Evenementen zoals deze helpen om verbondenheid te voelen en te beseffen dat we meer op elkaar lijken dan we denken. Te beseffen dat we tegen dezelfde dingen aanlopen, en elkaar simpelweg nodig hebben om te veranderen. Een deelnemer vatte het mooi samen:
“Tijdens het nagesprek bespraken we dingen waar je zelf vaak over nadenkt, maar niet altijd de ruimte voor voelt. Daarom was het zo fijn, ik voelde me echt verbonden met iedereen die er was.”