'Tuinhuis' op welzijnssymposium van de universiteit utrecht: een dialoog over prestatiedruk en mentale gezondheid
Foto door Gerben Pul
Met veel studenten gaat het helaas niet zo goed. Ze halen misschien wel hun vakken, met hard werken lukt het allemaal wel, maar kunnen ze floreren? Maar liefst de helft van de jongvolwassenen in Nederland ervaart prestatiedruk en stress. Hoe komt dat? Tuinhuis, de nieuwste korte film van filmcollectief Bloeifilm, onderzoekt deze vragen. De film gaat over de jonge, (te) hardwerkende modeontwerper Imme en de lost-in-life filosofiestudent Maud die elkaar onverwachts treffen in een tuinhuisje. Het is een visuele en gevoelige vertelling over dat waar zoveel jonge mensen vandaag de dag mee kampen: het gevoel nooit ver genoeg te zijn, nooit genoeg te presteren, en het eenzame gevoel dat daar mee samen gaat.
Ik ben Finn (24), de regisseur van de film en zelf net afgestudeerd. Samen met Sanne de Vries van Van Hier Naar en een twintigtal professionals - docenten, onderzoekers, studieadviseurs - doken we in de achterliggende thematiek van de film. Hoe komen prestatiedruk en eenzaamheid terug in het leven van studenten, en wat zegt het over de wereld waarin we leven? Dit bespraken we na het kijken van ‘Tuinhuis’, tijdens het Studentenwelzijnssymposium op de Universiteit Utrecht. Een gesprek dat relevanter is dan ooit, want ruim de helft van alle jongvolwassenen in Nederland ervaart regelmatig stress en prestatiedruk.
Een still uit de film ‘Tuinhuis
Prestatiecultuur
Misschien herken je wel het gevoel dat het 'cool' wordt gevonden als je het druk hebt. Toen ik aangaf dit zelf te ervaren in mijn sociale kringen, werd er onder de aanwezigen herkennend geknikt. Net zoals Imme in Tuinhuis, nemen veel studenten nooit de tijd om even stil te staan. Om even pauze te nemen, of te genieten van waar je nu bent. En als je voelt dat je rust nodig hebt, zo gaf een van de deelnemers aan, verlangen we vaak naar een bevestiging van iemand dat je pauze mag nemen.
Naast de cultuur van 'druk zijn', zo vertelde iemand anders, is er een cultuur waarbij studenten geen genoegen nemen met 'alleen maar' een bachelor. Je 'bent' pas iemand als je een master hebt, of zelfs twee. Een medewerker reflecteerde op haar eigen studententijd:
'Tijdens de ceremonie van het behalen van mijn bachelor, was ik meer bezig met wat ik al moest doen voor mijn master dan met het vieren van mijn bachelordiploma.’
Dit voorbeeld getuigt van een diepgewortelde prestatiecultuur, iets dat studenten zelf ook in stand houden door zichzelf te vergelijken met anderen. Want als jij rustig aan doet, dan gaat een ander er met die baan vandoor. Vertragen komt dan al snel op gelijke voet te staan met falen. Een van de deelnemers gaf aan dat studenten niet weten wanneer ze ‘genoeg’ voorbereid zijn op het werkveld, en dus maar het maximale willen doen om hun baankansen zo groot mogelijk te maken. Maar kunnen we het ze kwalijk nemen? Ik denk zelf van niet. Want de tentamens tikken door, en of je het wil of niet, het BSA (bindend studieadvies) hangt boven je hoofd. Zoals iemand scherp opmerkte:
‘Er zit iets in het systeem dat niet klopt’.
Zelf-marketing
Een systeem, zo bracht een onderzoeker in, van zelf-optimalisatie en zelf-marketing. Studenten moeten zichzelf ‘verkopen’ op de ‘arbeidsmarkt’, en dat vereist dat je naar jezelf gaat kijken als een project dat geoptimaliseerd moet worden. Achter dit idee van zelfoptimalisatie schuilt een ideologie van maakbaarheid. Als alles maakbaar is, levert dat een enorme druk op om er het beste van te ‘maken’. Bovendien draait zelfoptimalisatie en zelf-marketing vrijwel altijd om het individu. De individuele student als centrale eenheid van de prestatiemaatschappij. Het is niet gek dan, dat naast prestatiedruk, een gevoel van eenzaamheid ook veel studenten parten speelt. Zie daar het personage van Maud, alleen teruggetrokken in het tuinhuisje, overwhelmed door wat de wereld van haar verwacht.
Gelukkig is het bewustzijn over de druk die studenten ervaren, en de impact daarvan op hun mentale welzijn, toegenomen. Universiteiten hebben een vangnet van studieadviseurs en studentpsychologen. Als het niet goed gaat met een student, gaan ze samen opzoek naar hoe ze zo snel en soepel mogelijk de obstakels weg kunnen nemen, zodat de student weer door kan. Maar, zo merkte een studieadviseur op:
'Houden we dan niet met zijn allen het probleem in stand? Misschien is het soms juist goed om iemand te stimuleren een goede pauze te nemen.'
In een omgeving, waarbij falen eigenlijk geen optie is, is het ook niet makkelijk om aan de bel te trekken als het niet meer gaat. Iemand gaf aan een keer een student te hebben gehad met wie het lang heel goed leek te gaan, maar die uiteindelijk toch onverwachts naar haar toekwam voor hulp. Zoals een studieadviseur zei:
‘Het lijkt wel alsof we in een soort collectieve schijn leven waarbij niemand durft toe te geven dat het eigenlijk niet zo goed gaat. In de collegezaal lijkt het alsof het met iedereen prima gaat, maar toch hebben wij het heel druk en zien we elke week veel studenten die met dezelfde problemen zitten.’
Waar zit de wortel van het probleem?
We rennen door, en plakken pleisters. We praten hier en daar, maar toch blijven we gevangen in een illusie van de ‘vrijheid’ om te presteren. Maar hoe vrij zijn we, als het leidt tot onwel-zijn op zulke grote schaal?
Taboe doorbreken en bewustwording creëren zijn belangrijke eerste stappen, maar dat is slechts het begin. We kunnen niet van studenten verwachten hun rust en welzijn op één te zetten als de druk van bovenaf niet minder wordt. Tegelijkertijd, zo voel ik bij mezelf, heb ik die druk dusdanig geïnternaliseerd dat ik door zou rennen zelfs als de wetten van het systeem het niet meer van me vragen. Als we de wortel van het probleem niet aanpakken, blijven studieadviseurs pleisters plakken, dan zullen we blijven hangen met een gevoel van ‘nooit genoeg’. Dan blijven studenten gevangen in een systeem dat van ze vraagt om hun prestaties op één te zetten, en hun welzijn en zorg voor anderen op twee.
Soms komt er een onverwachte kans, zoals bij de ontmoeting tussen Imme en Maud in het tuinhuisje, om iets diep veranderen. Om ons uit de collectieve schijn halen, direct en kwetsbaar een opening creëren waarin een ander verhaal over wat we betekenisvol vinden de ruimte kan krijgen. Een collectief narratief dat ons toestaat om stil te staan, onze successen te vieren. Dat normaliseert dat onze waardigheid berust op de zorg voor onszelf en anderen. Een wereld waarin collectieve zorgzaamheid betekenis geeft aan ons leven. Hoe kunnen we die wereld vormgeven, te beginnen in het onderwijs?
Een still uit de film ‘Tuinhuis’